Herplanning
Gisteravond tegen 24.00 uur bleek dat we 3 voicemailberichten hadden van John, onze gids voor de zeekajak-driedaagse die voor dinsdag tot en met donderdag op de planning staat. Uit de berichten bleek dat we een dag eerder verwacht werden en dat niet John, een Nederlander, maar een Canadees ons zou begeleiden.
Met name voor Linde en Floor maakten we de inschatting dat ze met een Engelstalige gids veel minder plezier aan het avontuur zouden beleven. We twijfelden of we het zo nog wel door moesten laten gaan. Geen prettige gedachte waarmee we naar bed gingen, want we hadden er met z'n allen juist zoveel zin in.
De volgende ochtend om 7.30 uur maar gelijk in de telefoon geklommen en toen bleek dat bij John onze uitdrukkelijke wens van een Nederlandstalige gids niet was overgekomen. En hij was de komende dagen bezet. Andere Nederlandstalige gidsen in het gebied schijnen er niet te zijn. Daarnaast was de precieze datum ook bij hem niet helemaal helder, maar hij kon dat eenvoudig aanpassen aan ons schema.
Na wat heen en weer gebel hebben we het kajakken gelukkig kunnen verplaatsen naar 3, 4 en 5 augustus én onder begeleiding van John, net voor het einde van onze vakantie.
Het betekent wel dat we vandaag en morgen even bezig zullen zijn met herplannen, maar we zijn blij dat het zeekajak avontuur toch door kan gaan.
De rest van de dag hebben we nog een wandeling gemaakt door het bos dat vol stond met varens en waar we nog een apart parasietje zagen (Indian Pipe).

Ook veel over het strand gestruind in Seal Bay Forest & Nature Regional Park en Kin Beach Provincial Park. De voorraad schelpen is weer behoorlijk uitgebreid. Daar zal nog wel in geschoond moeten worden tegen de tijd dat we op het vliegtuig stappen. En jammer genoeg waren allebei de mini-sanddollars die Linde vandaag gevonden had gedurende de wandeling gesneuveld.

Bosbouw op Vancouver Island
Toen we vanochtend Kelsy Bay uit reden, kwamen we langs een baai die vol lag met boomstammen. Gekapte bomen werden daar met vrachtwagens afgeleverd. Met enorme grijpers werden de boomstammen op een helling gelegd, waarna ze met veel geweld in het water plonsden.
Kleine, uiterst wendbare en sterke bootjes duwden de boomstammen dan naar hun plek. Het was vooral leuk om te kijken hoe die bootjes hun werk deden. Ze schommelden daarbij enorm op en neer en helden soms wel 45 graden over. Even kregen we de indruk dat één van hen ons gezien had en indruk probeerde te maken.

Terwijl we daar stonden te kijken, kwam een ijsvogel recht voor ons stil in de lucht hangen. We hadden hem gisteren en vanochtend al vaker gezien, maar niet zo mooi.
Ook al was het indrukwekkend te zien hoe dit deel van de bosbouw in zijn werk gaat, tegelijkertijd worden hier elke dag vele voetbalvelden bos compleet kaal geveegd. Over heel Vancouver Island vind je logging roads tot diep in het achterland en op vrijwel elke heuvel zie je de littekens van recente of langer geleden boskap. Er is daardoor nog maar weinig over van het oorspronkelijke regenwoud en de wegen geven jagers en stropers de mogelijkheid steeds dieper het bos in te komen.
Maar ja, door ons dagelijkse papierverbruik werken we daar natuurlijk zelf aan mee.
In Sayward zijn we in het Salmon River Estuary gaan kijken. Op het korte wandelingetje er naar toe stond het vol met salmonberries. Linde had een voorkeur voor de rode, Floor voor de geel-oranje bessen. Ook stonden er veel rode thimbleberries, maar die hadden enigszins een bitter nasmaak. Tja, met zo'n overvloed aan bessen kun je kieskeurig zijn.

Omdat het eb was konden we wat verder het Estuary in lopen en zagen we weer enkele ijsvogels en veel Cedar Waxwings. De rivierotters hadden we net gemist volgens een paar Nederlanders die er ook waren. Op de terugweg zagen we nog wel een hertje dat voor onze neus rustig aan het grazen was. Ook dat is nog steeds mooi om naar te kijken.
Enkele dagen geleden gaf de camper aan dat de olie vervangen moest worden. Dat dachten we in Campbell River, een grotere stad, wel even te laten doen. Ondanks de vele auto-bedrijven en garages viel dat vies tegen. Pas op het 5e adres had men later op de middag tijd voor ons.
En op de een of andere manier werkte dat ook door op onze gemoedsrust. Allemaal werden we er behoorlijk prikkelbaar door, behalve Linde, die hield haar goede humeur.
Gratis brandhout
De terugweg van ons kampeerplekje was even spannend, omdat er een erg steil stukje in zat. Gisteren hadden we weinig grip naar beneden, maar we kwamen nu gelukkig zonder een schrammetje weer boven.
Volledig onverwacht was vanaf dit punt de bewegwijzering naar Little Huson Cave Park perfect. Eenvoudige bordjes, maar wel duidelijk. En nog onverwachter stond bij de trailhead een nieuw, overzichtelijk bord met de korte route naar de caves.
Naast diverse grillige vormen heeft de rivier hier een ondergrondse doorgang door het kalksteen van 60 meter lang gemaakt.
Hoewel de temperatuur van het water het toeliet hebben we een duik in de snelstromende rivier toch maar achterwege gelaten ondanks de mededeling dat je hier op eigen risico mocht zwemmen.

In Kelsey Bay bij Sayward zijn we bij de Johnstone Strait gaan kijken of we in de relatief smalle doorgang misschien nog een walvis of Orca zouden kunnen zien. Wat dat betreft hadden we geen geluk, maar we zagen wel twee enorme cruiseschepen waaronder de Zuiderdam van de Holland-Amerika lijn, voorafgegaan door een - in vergelijking - lullig veerbootje van BC Ferries.
Direct naast de pier, waar vanaf steeds gevist werd met weinig succes, was ook een mini campinkje met maar 6 plekken. Je had hier direct uitzicht op de Johnstone Strait, full hook-up, een leuke mini wasgelegenheid, normale prijs, muggenvrij en gratis aangespoeld brandhout om de hele avond te stoken. Eigenlijk niet gepland, maar dit was te leuk om niet te gaan staan.

Spoorzoeken
Toen we gisternacht op de camping aankwamen hadden we de camper maar op het parkeerterrein gezet. Toen we vanochtend wilden gaan betalen voor onze ‘dry-camping' plek, was dat niet nodig: geen officiële plek, dan kost het ook niets. Mooi meegenomen en ze hadden hier fantastische douches én internet.
De rest van de dag moesten we nog wat bijkomen van de vermoeiende dag van gisteren, kortom we hebben niks gedaan.
We probeerden nog even een wildlife refuge te vinden, maar we liepen vast op de stoffige logging roads.
Eind van de middag zijn we naar Anutz Lake gereden, omdat we morgenochtend naar Little Huson Cave Regional Park willen gaan kijken, dat daar vlakbij schijnt te zijn.
De bewegwijzering was echter hopeloos. Daarbij kwam ook nog eens dat de wegen niet bestonden op onze wegenkaart, TomTom hier ook geen wegen kende, er teveel stoffige logging roads waren, twee keer verkeerd reden en we begonnen te twijfelen of we morgen de weg terug nog wel zouden kunnen vinden. Na meerdere keren op het punt gestaan te hebben om te keren, vonden we uiteindelijk toch Anutz Lake waar Linde en Floor leuk aan een strandje konden spelen. En zowaar, we stonden niet eens helemaal alleen.


Lange, maar uiteindelijk mooie overtocht
Het was wel heel vroeg deze ochtend. De boot naar Port Hardy vertrok om 7.30 uur, we moesten 2 uur van te voren inchecken en eerst nog een half uurtje rijden. De wekker ging dus om 4.30 uur!
Voor het eerst deze vakantie moesten we oppassen met wat we tegen elkaar zeiden, want er zaten veel Nederlanders en een bus vol Belgen op de boot. Maar dat had ook zijn goede kanten. Linde en Floor hadden in de speelhoek op de boot al snel vriendjes gemaakt met de even oude Maud en Cas uit Best, bekenden voor Inge en Femke. Ze hebben de hele overtocht, tot ze rond 22.30 uur instortten, leuk met elkaar gespeeld. De avond werd afgerond met een circusvoorstelling voor de ouders.

De boottocht begon somber met laaghangende bewolking, maar het was droog. In de verte zagen we gelukkig al wat blauwe lucht, dus we hadden goede hoop dat het op zou klaren. Maar de blauwe lucht bleef ten westen van ons boven de oceaan en de wolken bleven de hele dag op hun plek tussen de bergen hangen, precies waar wij voeren. Daardoor bleef het koud en winderig op de boot, niet ideaal om 15 uur op het achterdek te zitten om walvissen te spotten. We hadden daar dan ook niet al te veel gezelschap. En ook niet aan elkaar, want Inge hield stuurboord in de gaten en Marijn bakboord, of was het andersom?
De eerste 7 uur was er weinig teken van leven te bespeuren. Een zeeleeuw stak even z'n kop boven het water uit, maar dat was het dan ook wel.
Maar net halverwege zagen we dan toch binnen korte tijd 3 bultrugwalvissen van redelijk dichtbij. Eindelijk! Daarna bleef het weer lange tijd rustig.

De fjorden waar we doorheen voeren waren overigens erg mooi, met leuke watervallen, maar door het sombere weer was het moeilijk om daar echt van te genieten.
Rond etenstijd voeren we ineens door een school bultrugwalvissen heen. Niet echt dichtbij, maar aan alle kanten van de boot zag je de waterfontijntjes omhoog spuiten en regelmatig een rug of staart. Wel een half uur aan een stuk. Dat was waar we op gehoopt hadden!
Rond 21.30 uur, net toen het begon te schemeren, kregen we gezelschap van zo'n 20 Pacific White-sided Dolphins. Een minuut of tien bleven ze bij ons en regelmatig sprongen ze uit het water. Zo hadden we toch nog een erg mooie overtocht die behoorlijk somber begon.
Op weg naar Prince Rupert
Met stralend weer vertrokken we richting Prince Rupert, waar we morgenochtend de boot naar Vancouver Island nemen. De hele route bleven we langs de brede Skeena River rijden en hadden we links en rechts van ons hoge, nog met sneeuw bedekte bergen.
Halverwege de route nam de bewolking echter toe, totdat het geheel bewolkt was. We hopen dat het morgen goed weer zal zijn, anders wordt het na de boot naar Bella Coola weer een lange zit.
Toen we langs de weg even stopten om een waterval te bekijken, kwam net een goederentrein op een paar meter van ons voorbij denderen. Het duurde even voordat de trein met 176 wagons voorbij was. Zo zie je ze bij ons in Nederland niet.
Op een ander pauzeplekje liep Marijn zoals gewoonlijk wat rond te scharrelen, toen achter zijn rug op zo'n 30 meter een zwarte beer uit het struikgewas kwam lopen. Hij stak de weg over en vervolgde zijn pad via een bosweg. Waarschijnlijk was dit zijn vaste werkomgeving getuige de bijpassende waarschuwing.

Drie jaar geleden hebben we in Prince Rupert op een werkelijk dramatische camping gestaan, daarom hebben er nu een uitgezocht ruim voor het stadje.
Vlakbij, in Diane Lake Provincial Park, hebben een mooi wandelingetje gemaakt langs Diane Creek. Daar kwam het regenwoud gevoel van het begin van de vakantie weer een beetje terug.
Twee Varied Thrush maakten daar nogal wat ophef. We begrepen dat pas toen Linde een jong vogeltje naast het pad zag liggen. Blijkbaar bleven we wat te lang rondhangen, want een van de twee voerde een schijnaanval uit op Marijn. Hij kwam toch wel heel snel dichtbij al kijkend door de telelens.

Mooie zomerdag
Toen we vanochtend de gordijntjes open schoven op de parkeerplaats van de WalMart, keken we recht tegen een bord aan dat duidelijk aangaf dat het niet was toegestaan hier te overnachten. Dit was blijkbaar de uitzondering op de regel dat je bij WalMart mag overnachten.
Toch nog maar even pannenkoeken gebakken en toen zijn we weggegaan.

Na de wekelijks terugkerende huishoudelijke activiteiten zijn we vroeg in de middag op de camping bij Kleanza Creek gaan staan. De dames gingen bij de beek genieten van de onbewolkte zomerdag. Het was met zo'n 30 graden immers te warm voor echt inspannende activiteiten.
Marijn deed ondertussen zijn best om onder een enorme laag stof weer een camper tevoorschijn te toveren. We gaan er vanuit dat we nu de gravel- en zandwegen achter ons hebben en dan is het wel zo prettig dat niet bij elke aanraking met de camper je kleren onder het stof zitten.

's Avonds was het weer eens tijd voor een kampvuurtje met marshmallows, terwijl zo nu en dan een kolibrie voorbij vloog.

Ons eerste stekelvarken
We hebben de Nisga'a Highway tot het uiterste westen gevolgd, tot in Gingolx. Niet gepland, maar omdat we tijd over hadden leek ons dit een leuke bestemming.
Halverwege in Laxgalts'ap zijn we bij het splinternieuwe Nisga'a Museum wezen kijken. Ze hebben hier een collectie van gebruiksvoorwerpen van hun eigen voorvaderen tentoongesteld. Dat maakt toch meer indruk dan dat je dit soort musea in Vancouver of zo bezoekt. Zo hadden ze een rok of lendendoek waarin zo'n 300 papagaaiduikersnavels waren verwerkt of eentje met tientallen berentanden en tientallen hertenhoefjes die ook nog mooi gegraveerd waren.

De weg naar Gingolx volgde voor 30 kilometer de Nass River die aan het eind zeker wel een kilometer breed is en uitmondt in de Portland Inlet, een fjord waarvan een zijrivier ook uitkomt in Steward en Hyder. Het is was een erg mooie weg om te rijden.
Het dorpje staat vooral bekend om zijn zeevis en dan speciaal de krabben.
Toen we aan de kade zaten lagen er zalmresten op de keien, maar niet voor lang. Een hoop kraaien en een stuk op tien zee-arenden stortten zich op de zalm en hadden binnen de kortste keren alle vis opgegeten. Vooral mooi waren de zee-arenden die in de vlucht steeds een stuk vis meepikten.
Op de terugweg naar Laxgalts'ap zagen we ons eerste stekelvarken langs de weg. Nog nooit hadden we die gezien. Maar voordat we stilstonden was hij al verdwenen.
Kort daarna zagen we er weer eentje die op de weg liep. Hij liep wel achter een betonnen muurtje weg, maar deed daarna niet al te veel moeite om zich te verbergen voor de foto.
Hij stond al een tijdje op ons verlanglijstje, dus we waren blij hem eindelijk gezien te hebben.

In tegenstelling tot andere native nations of reservaten houden we aan de Nisga'a een goed gevoel over. Dorpen en huizen waren hier nauwelijks verwaarloosd en je voelde je altijd welkom. Men zwaaide ook vriendelijk als we langs reden.
Zij hebben er dan ook voor gekozen om hun cultuur te koesteren, maar ook mee te gaan in de moderne tijd. Zij proberen zelfvoorzienend te zijn ,in plaats van te leven van een door de overheid verstrekte uitkering. Een gezonde instelling vinden wij.
Eind van de dag hadden we eigenlijk gedacht tussen Gitlaxt'aamiks en Terrace wel een leuk wildkampeerplekje te vinden, maar dat viel wat tegen. Uiteindelijk vonden we om 10 uur 's avonds een plekje op de parkeerplaats van de WalMart. Bij hen is het toegestaan te overnachten en sta je zelden alleen.
Beren vandaag: 2