Nisga’a Canoe Race
Toen we vanochtend in de ‘convenience store' in Gitlaxt'aamiks, Capital of the Nisga'a Nation, home of the Gitmidiik (formerly known as New Aiyansh) melk en eieren gingen halen, hoorden we dat er vandaag kano races waren. In de enige winkel hier was overigens een derde van de schappen leeg, een derde gevuld met chips en de rest met van alles en nog wat. Als je hier je dagelijkse boodschappen moet doen, heb je wel erg weinig keus.
De kano race (maar ook een hardloopwedstijd) zijn bedoeld om de start van de zalmmigratie te vieren. Vroeger deed men dat met een officiële ceremonie, tegenwoordig met wat meer moderne festiviteiten. Het leek ons leuk om daar eens te gaan kijken, dus haastten we ons naar Lava Lake, 30 kilometer verderop.
Gelukkig lagen ze behoorlijk achter op schema en konden we het begin van de race nog meemaken. Vier kano's uit Gingolx (Kincolith), Laxgalts'ap (Greenville), Prince Rupert (ruim 200 kilometer hier vandaan) en Gitlaxt'aamiks (New Aiyansh) gingen met elkaar de strijd aan. Na een opwarmrondje was het tijd voor de lunch. Beetje vreemde volgorde, maar goed. De lunch was trouwens goed verzorgd met onder andere verse Sockeye zalm van de barbecue. Die zalm hebben wij uiteraard ook genomen, want iedereen die aanwezig was mocht aanschuiven. Behalve één motorrijder hebben we geen andere toeristen gezien.
We hebben nog even een praatje gemaakt met het hoofd van politie en zijn vrouw. Zijn vrouw hadden we gisteren ook al gesproken bij Dragon Lake toen ze daar was voor een picknick met haar kinderen. Zij woonden hiervoor in Campbell River op Vancouver Island, maar hij kon promotie maken door hier hoofd van politie te worden. Het was wel een enorme overgang. Vanuit een stad voorzien van alle gemakken moesten ze verhuizen naar een dorpje van 600 inwoners, op 15 uur varen en 500 kilometer rijden, waar ze zo ongeveer de enige westerlingen zijn tussen de natives. Het was voor hen ook best even wennen.
Toen 1,5 uur later dan gepland eindelijk de race zou beginnen, werd Marijn gevraagd mee te peddelen in de boot van Gitlaxt'aamiks. Blijkbaar deed het verhaal snel de ronde dat wij hier waren. Er was trouwens al eerder omgeroepen of er nog vrijwilligers waren, maar toen lieten we de eer maar aan ons voorbij gaan. Nu kon Marijn moeilijk weigeren. In dezelfde boot zat ook de president van de Nisga'a Nation, toch een hele eer om daar mee te mogen varen.

Dus zonder opwarmrondje kon Marijn gelijk vol aan de bak. Er werd enorm fanatiek en in een erg hoog tempo gepeddeld. Er werd op het scherpst van de snede gestreden en bij het ronden van de laatste boei haakten zelfs de peddels in elkaar. Beide partijen wilden hier winnen. Jammer genoeg werd de race verloren met een neuslengte verschil.
Na het rondje Lava Lake had Marijn een compleet verzuurde arm, maar het was wel heel leuk op dit van zo dichtbij mee te maken.

De rest van de middag zijn we bij enkele bezienswaardigheden in het Nisga'a Memorial Lava Bed Park gaan kijken, beter bekend als Anhluut'ukwsim Laxmihl Angwinga'asanskwhl Nisga'a Park, een park dat samen wordt beheerd door de Nisga'a Nation en de British Columbia Park Service.
De lava die hier nog heel duidelijk aanwezig is, komt van een vulkaanuitbarsting in het midden van de 17e eeuw.

Beren vandaag: 1
Dagje zwemmen en zonnebaden
Vandaag hebben we de laatste 85 kilometer van de Casssiar Highway gereden. In plaats van de Cassiar Hwy verder te volgen tot in Terrace, sloegen we westelijk de bush in. Via een ‘Wilderness Road' gingen we binnendoor, omdat we onderweg ook nog wat leuke dingen denken te gaan doen. Omrijden via de verharde weg zou 200 kilometer extra betekenen. Qua tijd maakte het overigens bijna niets uit.

Het waren wel zo'n 50 kilometer door ‘the midle of nowhere' en we moesten erg rustig rijden om de potholes bijtijds te ontwijken. Vijf kilometer voordat het asfalt begon zagen we bij toeval een zijweggetje dat naar een meer leidde. Het bleek een leuk campinkje te zijn aan een mooi meer waar het prima zwemmen was en ... geen muggen! We zijn daar dan ook gebleven om de mislukte zwemdag van gisteren goed te maken. Heerlijk alleen aan een prachtig meer.

Maar toen de middag vorderde bleek het meertje ook bij de lokale bevolking uit Nass Camp en New Aiyansh heel geliefd te zijn. Eind van de dag waren alle 11 plekken bezet. Het werd toen wel een enorme hondenbende, omdat zo ongeveer iedereen hier twee honden heeft.
Beren vandaag: 2
Een mindere dag
Tegen beter weten in zijn we vanochtend nog een keer bij Fish Creek gaan kijken, we waren immers nog in de buurt. Het was een mooie onbewolkte dag en de bergen weerspiegelden dan ook prachtig in Moose Lake, waar overigens nooit elanden te zien zijn.

We zagen weer een paar zalmen in Fish Creek, dus over een week of zo komen waarschijnlijk ook de beren. En nog enkele kolibrietjes die gezellig voor ons langs zoemden.
Om de een of andere reden had Floor een nukkige bui vandaag wat de sfeer in de camper niet ten goede kwam.
Met enige vertraging zijn we via dezelfde mooie route (je kunt ook niet anders) naar Meziadin Junction gereden. Bear Glacier lag deze keer mooi in het zonnetje. Op veel foto's zie je dat deze gletsjer nog tot vlakbij de weg ligt, maar dat is alweer lang geleden. Ook deze gletsjer heeft zich behoorlijk teruggetrokken.

We dachten 's middags nog even lekker aan het water te zitten en eventueel een rondje te zwemmen in Meziadin Lake. We konden echter niet eens buiten zitten dankzij de muggen die we al een hele tijd behoorlijk zat zijn.
Dus maar een spelletje Kolonisten in de camper gedaan. En toen dat ook nog eens gewonnen werd door Inge zakte de stemming helemaal tot het dieptepunt.
De eerste zalmen in Fish Creek
De wekker ging weer vroeg vanochtend: 5.00 uur. We wilden bij Hyder Fish Creek gaan kijken of we Grizzly beren zouden kunnen zien. Misschien nog te vroeg in het seizoen, want het was maar de vraag of de zalmen hun weg al gevonden hadden naar Fish Creek. Zoals de intimi weten, ligt Hyder in Alaska, dus vandaag was het een dagje Alaska voor ons. Jammer eigenlijk wel dat het leuke spandoek bij binnenkomst ‘Hyder, the most friendliest ghost town of Alaska' is weggehaald.
Toen we ons om 6.00 uur meldden bij Fish Creek (lokale tijd 5.00 uur) kregen we van de ook vroeg opgestane Park wardens te horen dat we inderdaad nog geen beren waren. Afgelopen vrijdag was de tot nu toe enige Grizzly even komen kijken of er al wat te halen was. Niet dus. Zelfs nog geen enkele zalm was gesignaleerd. Dus na totaal 3 bezoeken Hyder Fish Creek (eerder in 2001 en 2009) blijft de teller op één geoormerkt Grizzlietje staan.
We zijn daarna doorgereden naar Salmon Glacier, een mooie gletsjer waar je bijna met de auto naar toe kunt rijden. Nou ja, na 10 kilometer redelijke gravelweg tot Fish Creek, was dit nog eens zo'n 27 kilometer over minder redelijke gravelweg. Inge voelde zich niet helemaal op haar gemak bij het ontwijken van de kuilen langs diepe afgronden, terwijl Marijn hier inmiddels toch heel bedreven in is.
De gletsjer ligt overigens weer in Canada. Een bordje halverwege de weg geeft aan dat je weer terug in British Columbia bent.

Aan de noordzijde van de gletsjer ligt een groot gletsjermeer vol met ijsbergen. Pas als je wat dichterbij komt zie je immense omvang van het meer.

Ook hebben we een aantal forse marmotten gezien die lekker lagen te zonnen, tot we te dichtbij kwamen. Linde schrok behoorlijk van hun schelle gefluit.
Toen we bij de gletsjer aan kwamen, lag daar iemand in zijn auto te slapen. Toch een beetje vreemd. Bleek dat hij daar zelfgemaakte beren-DVD'tjes en een zelfgeschreven (professioneel!) berenboek met eigen foto's verkocht. Dit was een echte berenman. Hij bleef altijd boven bij de gletsjer en sliep in zijn auto of tentje, toch wel fris daar. Twee keer per week ging hij naar beneden om boodschappen te halen, soms op zijn fiets!
Op de terugweg zijn we nog een keer bij Fish Creek gaan kijken. Nog steeds geen beren, maar wel de eerste Chum zalmen van het jaar die het riviertje op zwommen. Hadden we toch nog een primeur.
Toen we de Canadese grens weer over kwamen, vroeg de douanier wat ons naar Hyder gebracht had. Toen hij hoorde dat we naar de Salmon Glacier waren geweest, was zijn antwoord: ‘In this RV? You're brave!' Het heeft ons overigens wel een hele mooie berenstempel opgeleverd (met zalm in zijn bek) in ons paspoort.
Het was trouwens wel de hele dag een beetje billenknijpen in de camper, want we hadden niet meer zoveel benzine bij ons. Het tankstation in Stewart was vanochtend nog dicht en we hadden ingeschat dat een retourtje Salmon Glacier haalbaar moest zijn. Maar in de bergen verbruikt hij toch een beetje meer dan normaal. Toen we eind van de dag weer terug waren, konden we nog maar 25 kilometer rijden volgens de boordcomputer.
Stewart, 3x scheepsrecht
Net voordat we van onze overnachtingsparkeerplaats bij Mehan Lake wilden vertrekken zag Floor een mooi rood vogeltje op de grond, de Pine Grosbeak, mannetje en vrouwtje (beetje olijf-groen) bij elkaar.

Daarna zijn we doorgereden naar Stewart. De weg van Meziadin Junction naar Stewart is erg mooi, met hoge steile bergen, een aantal gletsjers die je van redelijk dichtbij kunt zien, veel sneeuwvelden en veel watervallen. Je waant je Wallis, Zwitserland.

Stewart, dat we alweer met ons derde bezoek vereren, is geen spat veranderd. Nog steeds vinden wij het vergane glorie. De supermarkt heeft het broodnodige, maar het assortiment is wel heel beperkt en betalen met een creditcard of bankpas is er niet bij.
Best lastig omdat we nog maar weinig cash geld hebben. De private pinautomaat in het dorp bleek alleen Canadese bankpassen te accepteren, dus dat werkte ook niet (een eerdere poging om onderweg te pinnen lukte ook al niet). We moeten dus zuinig aan doen met ons geld.
Waarom zijn we hier eigenlijk naar toe gegaan? Nou omdat het zo ongeveer op de route lag (60 km enkele reis) en omdat we bij Hyder Fish Creek, zo'n 10 km verderop, nog een keer willen kijken of we Grizzly beren kunnen zien, al zijn we daar eigenlijk nog te vroeg voor.
Beren vandaag: 3
Marijn’s motto: foto’s zijn voor eeuwig en jeukende muggenbulten maar voor een dag of drie…
We zijn de Cassiar Highway verder afgezakt. Hoe zuidelijker we kwamen hoe beter de weg werd. Mede omdat we de pannen zo goed mogelijk ingepakt hebben met handdoeken tegen het rammelen en we de grootste boosdoener, de glazen magnetronplaat, elke dag verbannen onder de bedkussens, kunnen we elkaar weer verstaan tijdens het rijden.
De weg bood mooie vergezichten, maar weinig parkeerplaatsen. Die waren, in ieder geval voorlopig, opgeofferd aan de aanleg van een hoogspanningsleiding waarvan het traject vaak parallel liep aan de weg.
Bij Natadesleen Lake, iets ten zuiden van Tattago Lake, hebben we een kort wandelingetje gemaakt naar het meer. Net toen wij wilden beginnen aan de wandeling kwamen er twee vissers uit het pad gelopen, waarvan er eentje blijkbaar dikke vriendjes was met de muggen. Hij zat namelijk helemaal onder de muggen, maar het deerde hem schijnbaar niet. We hadden al zo'n vermoeden, maar nu wisten we het zeker: het werd alweer een muggenwandeling.

De wandeling er naar toe was leuk, maar van het meer was helaas niet veel te zien. Wel leuk was de Loon die zich van top tot teen aan het wassen was en regelmatig hoog uit het water kwam om zijn vleugels droog te wapperen of zo.
Foto's maken van bloemetjes kwam neer op zelfkastijding: De muggen kregen dan de gelegenheid om door het gaaswerk van het bugshirt heen te prikken en de wandelbroek van Marijn was ook niet echt een belemmering voor ze. De rest van de familie deed dan hun best om zoveel mogelijk muggen weg te jagen.

Marijn's motto: foto's zijn voor eeuwig en jeukende muggenbulten maar voor een dag of drie...
Wildlife today: 4 zwarte beren
Cassiar Highway, 11 jaar later
Vandaag zijn we de Cassiar Highway zo'n 200 kilometer naar het zuiden afgezakt. Het is een mooie weg die in tegenstelling tot de Alaska Highway de contouren van het landschap volgt. Dus weinig lange rechte stukken en steeds heuveltjes die je op en af rijdt. Kortom, afwisselend rijden. Omdat de begroeiing hier veel dichter op de weg staat was het wel lastig om wild te zien. Misschien ook wel omdat het de hele dag regende, dan hebben de dieren waarschijnlijk ook geen zin om op stap te gaan.
Soms was het ook spannend, maar dat was als we een picknick- of overnachtingsplekje op het oog hadden, waarvan de toegangsweg niet echt berekend was op een camper.

Onderweg kwamen we langs Jade City, een mini gehuchtje in een gebied waar 90% van de wereldproductie van Jade vandaan komt. Het meeste wordt als ruw materiaal (rotsblokken) verkocht. Ter plaatse worden in de gift-shop allerhande Jade-beeldjes verkocht. Die worden echter niet hier gemaakt, maar in China. Dus eerst gaat het ruwe Jade van hier naar China, komt dan in de vorm van beeldjes terug naar Canada en wordt dan hier verkocht als lokale souvenirs.
Toen we langs Cottonwood Lake reden zagen we nog net hoe een eland met haar kalf te water ging en het meer overzwom, toch zo'n 750 meter breed schatten we. Moeder wachtte niet echt op haar kalf en zwom steeds verder vooruit, maar allebei haalden schijnbaar op het gemak de overkant.

We reden langs veel meertjes en moerasgebieden. Met name in dat moerasgebied zagen we weer beverburchten. Blijkbaar was bij één van de burchten de bijbehorende dam doorgebroken, want de burcht stond zo goed als droog. Nu konden we mooi zien hoe het deel eruit ziet dat normaal onder water staat en waar de ingangen naar de burcht zitten. Opvallend was ook dat deze burcht heel anders was dan degenen die we in Boya Lake hadden gezien, waar ze toch voornamelijk opgebouwd waren uit takken, zeker voor het deel dat onder water zat. Hier waren de ingangen uitgegraven in de oever.
Of hier nog bevers in zaten en de dam zouden repareren weten we niet. Wel zagen we duidelijke sporen van een wolf, die zeker op bevers jaagt als hij de kans krijgt.
Eind van de dag was het even zoeken naar een goede overnachtingsplek. Die vonden we uiteindelijk aan de oever van de Stikine River, dezelfde rivier als waar we 11 jaar geleden een week gekajakt hebben (al was dat wel het deel van de rivier dat in Alaska ligt). Dat was toen onze eerste kennismaking met het gebied waar we nu doorheen reizen. Toen hebben we ook de Cassiar Highway gereden, maar tot nu waren er nog maar weinig punten van herkenning.
Vroege bevers
Omdat 's ochtends en 's avonds veel bevers actief moesten zijn op Boya Lake, zijn we vanochtend voor 6.00 uur in de kano het water op gegaan. Zo vroeg opstaan waren we al lang niet meer gewend. Grappig om te zien dat de specht die gisteravond tot zeker 22.30 uur bezig was geweest in het berkenboompje naast ons, er vanochtend ook al weer was.
We zijn eerst naar de plek gegaan waar we gisteren twee beverdammen en een beverburcht gezien hadden. Na korte tijd op het spiegelgladde water gewacht te hebben, hopende op enige activiteit, vond Inge het eigenlijk wel genoeg. De muggen waren weer erg irritant en geen bever die zich liet zien. Ze stelde voor om nog om één eilandje heen te peddelen en dan weer terug naar de camping te gaan. En daar zagen we in de verte dan toch een bever het water oversteken. Stilletjes peddelden we die kant uit. Op een gegeven moment had de bever ons ook in de gaten en veranderde van koers. Zonder al te veel jacht te maken op de bever bleven we elkaar een hele tijd in de gaten houden. De bever vond het overigens wel nodig om zijn vriendjes te waarschuwen, want hij sloeg regelmatig met zijn platte staart op het water en dook dan met een grote plons onder. Floor was al goed wakker en heeft de bever 16 keer zien slaan met zijn staart. Uiteindelijk hebben in dat baaitje waar ook een grote beverburcht lag zeker vijf bevers gezien.

Op de terugweg voeren we bij toeval langs een eilandje waar moeder eland en haar kalf, waarschijnlijk weer dezelfde als gisteren, lagen te rusten. Enigszins verontrust door ons gepeddel, stonden ze op en keken ons aan. We zijn rustig door gepeddeld en de elanden bleven dan ook op hun gemak staan.
Om 7.30 uur waren we weer thuis en konden we aan het ontbijt beginnen. Een fantastische manier om de dag te beginnen. Behalve het vroege opstaan dan.
Die ochtend hebben Linde en Floor voor het eerst geprobeerd om met z'n tweetjes in een kano te varen. Ze vonden het erg leuk al was de samenwerking niet altijd optimaal. Regelmatig galmden er stevige aanwijzingen over het water. Ze beginnen steeds meer lol in het kanoën te krijgen en peddelen inmiddels ook al aardig mee.

Nadat we aan het eind van de ochtend eerst zonder Inge een rondje over het meer gevaren hadden, zijn we 's middags nog een keer met z'n allen gegaan. De wind was wel behoorlijk aangewakkerd en zo en dan voelden we een paar regendruppeltjes. Maar omdat hier zoveel eilandjes en baaitjes zijn, kun je behoorlijk beschut peddelen. Bij de grotere oversteken waar we vol in de wind moesten varen, was teamwork belangrijk. Linde zat als stuurvrouw voorin, Inge daardoor wat ongemakkelijk op (soms per ongeluk naast) een houten balkje of op de bodem van de kano, daarachter Floor en tenslotte Marijn om koers te houden. Linde gaf dan het tempo aan en de rest volgde. Dat ging echt gestroomlijnd.
Overal waar we dicht langs de oever voeren, zag je de afgeknaagde bevertakken. Op de een of andere manier fascineert ons dat en dus hebben we er weer een paar meegenomen voor onze verzameling thuis.
Ook zagen we weer een aantal enorm grote beverburchten. Door het kristalheldere water keek je tot meters diep op de bodem en zag je ook goed hoe zo'n burcht er onder water uit ziet. Honderden stammetjes en takken vormen de basis van zo'n burcht. Daar zijn ook de ingangen verscholen om in de burcht te komen.
Vlakbij een van deze burchten liepen we een eilandje op, omdat het ons vanaf het water al opviel dat er veel bomen omgeknaagd waren. Bleek dat de bevers hier tientallen bomen geveld hadden.
Moe, maar voldaan van twee hele mooie dagen kanoën op dit prachtige Boya Lake, hebben we de kano eind van de middag teruggebracht. Hier willen we nog wel een keer terugkomen!
Waarschijnlijk zijn we dan allang weer vergeten dat het hier wemelde van de muggen die niet alleen buiten vervelend waren, maar ook op onverklaarbare wijze steeds maar weer de camper in wisten te komen en die we dan ook massaal geroosterd hebben met onze muggenmepper.