Binnen droog, buiten nog steeds nat
Vanochtend eerst maar weer onze vrienden van Traveler's Assistance van Cruise America gebeld in verband met de lekkage. We konden direct terecht bij Gib's in Coos Bay dat mooi op de route lag. In die gevallen komt de TomTom toch wel erg handig van pas, want je rijdt er zo naar toe.
Terwijl de monteur aan het werk ging, konden wij wachten in de waiting room. We hebben van de nood een deugd gemaakt door de verhaaltjes op de weblog zetten en Linde en Floor konden rustig aan het schoolwerk.
Uiteindelijk bleek dat de waterpomp niet goed was aangesloten en dat het water er uit gutste aldus de monteur. Onbegrijpelijk dat ze een camper zo af kunnen leveren, vond hij. Nadat het euvel was verholpen, alles in het ruim was drooggemaakt en weer was ingeruimd, konden we de reis 3 uur later vervolgen. Toch wel vervelend al die ongemakken met zo'n nieuwe camper. Het heeft ons al bijna 2 dagen gekost, maar nog belangrijker al het gedoe wat erbij komt kijken.
Verder onderweg richting California, waar het hopelijk beter weer is (slechter kan bijna niet), hebben we wat korte stopjes gemaakt om stil te staan bij de mooie kustlijn hier met overal grote en kleinere mooi gevormde rotseilandjes dicht voor de kust.

In de steden die we passeren houden we de benzineprijzen in de gaten, want met een camper die 1 op 4 net niet haalt, tikt het wel aan. Door de tank van 208 liter (!) is de actieradius toch nog heel behoorlijk. Wel schrikken trouwens toen we ‘m voor de eerste keer vol gooiden.
Gestrand in het regenwoud
De dag begon weer erg nat vandaag. Maar deze keer kwam het niet van boven, maar bleek het grote voorraadluik vochtiger dan je zou verwachten, duidelijk meer dan een beetje condens. Bij nader onderzoek bleken de drie waterdichte compartimenten (waar o.a. het reservewiel is opgeborgen) zo'n 10 gallon water te bevatten. Nadat alles leeg was gehaald en we het water zoveel mogelijk weg hadden laten lopen, leek de watertank te lekken, tenminste het drupt in de buurt van de tank. Een van de komende dagen gaan we eens kijken of het kunnen laten verhelpen.
Na het oponthoud op de camping zijn we voor het ontbijt 5 minuten verder gereden naar Heceta Head Lighthouse. Daar hadden we vanuit de camper een mooi uitzicht op de baai.
Op de rotsen bij de vuurtoren zouden de common mures gemakkelijk te zien zijn (sorry, voor de Engelse benamingen maar we hebben hier alleen een Engelstalig vogelboek). Hoe we ook keken, niet één was er te zien, wel aalscholvers en meeuwen. Maar toen zagen we ineens een enorme zwart-witte vlek op de golven deinen: honderden common mures.
Teruglopend naar de camper landen er ook nog een paar pelikanen op de rots en waren double crested cormorants (aalscholvers) elkaar het hof aan het maken in de bomen vlak boven ons. Dat hadden we nog niet eerder gezien.
Een Amerikaan die even een praatje met Marijn maakte, had überhaupt nog weinig vogels gezien, want hij was van mening dat aalscholvers en pelikanen wel erg veel op elkaar leken.
Een paar kilometer verder zijn we even gestopt bij Darlington State Natural Site, een mini parkje volledig geweid aan één vleesetende plantensoort, de Darlingtonia California oftewel Cobra Lily. Naast deze op een cobra gelijkende plant, staan hier ook veel Skunk Cabages, een andere plant die je in de moerasachtige delen van het regenwoud veel ziet (en ruikt).

Vlakbij de bestemming wilde de TomTom op een T-splitsing in het bos links af, maar dat leek niet de beste weg en de rechter variant leek logischer. Een mijl verder werd het echter een grote modderbende en stonden we voor een onoverbrugbare natuurlijke drempel. Daar konden we met de inmiddels goed door elkaar geschudde camper met geen mogelijkheid overheen.
Dus gekeerd en TomTom zijn zin gegeven. Maar die route zag er ook niet uit alsof hier recentelijk nog iemand geweest was en we liepen al snel vast op een kleine aardverschuiving. De weg was over een lengte van 50 meter een halve meter naar beneden gezakt. Dat was dus ook geen goede optie. Dus maar 50 kilometer terug naar de kustweg.
Toen we richting de Golden and Silver Falls reden kwamen we bij toeval langs Dean Creek Elk Viewing Area. En zowaar, er stonden daar een kleine honderd Elken in de wei te grazen. Het was rond lunchtijd, dus we hebben er lang naar zitten te kijken. Op een gegeven moment was er even enige opschudding toen er drie coyotes achter de kudde langs liepen. Dat was toch wel erg mooi. We hebben maar één keer eerder één coyote gezien.

Op het gemak
Vandaag rustig aan gedaan. Op het gemak Highway 101 gevolgd tot aan Carl G. Washburne Memorial State Park. Onderweg hier en daar gestopt bij wat State Parkjes zoals Devil's Punchbowl. Niet dat ze allemaal bijzonder zijn, maar aan de kust heeft zo ongeveer elke meter strand wel de status van State Park, State Recreation Site, State Natural Area of een andere dure naam.
Al rijdend langs de kust zagen we op een zandbank naar schatting zo'n 400 Harbor Seals liggen. Ze zijn een beetje gevlekt en de meeste zijn zilverkleurig. Gelukkig was er net een plekje om de camper langs de kant te zetten, want dit was Leuk om even naar te kijken.

De laatste mooie stop was bij Beaver Creek State Natural Area. Het was hier extreem rustig en blijkbaar hadden de vogels het hier erg naar hun zin. Ze lieten zich niet afschrikken door ons en lieten zich vaak van dichtbij zien, zoals de mooie blauwe Steller's Jay en Red-winged Blackbird.

Als afsluiting konden Linde en Floor deze avond dan eindelijk hun marshmallows boven ons eerste vuurtje houden.
Another Idiot
Helaas weer in de regen zijn we bij Cape Mears gaan kijken. Op zich best spectaculair, zeker de golven die tegen de rotsen aansloegen, maar door de regen en forse wind hadden we het hier snel gezien. Ook de watervogels lieten zich niet zien, althans voor ons onzichtbaar.
Verder zuidwaarts stuiterend over de kustweg, die soms veel weg had van een achtbaan met hindernissen, zagen we nog enkele zeehonden op een zandbank liggen en eenden zwemmen waaronder de voor ons onbekende Surf Scoter. Grappige naam en mooie eend.
's Middags hebben we een wandeling gemaakt over Whalen Island, een leuk eilandje in Clay Myers Natural Area. Erg rustig, heel afwisselend met zo nu en dan een uitstapje op het strand van de bij eb bijna drooggevallen baai waar Linde weer een muntje vond. Het maakt niet uit waar we zijn, maar Linde vindt altijd en overal geld.
Halverwege zagen we een rivierotter die op z'n gemak met de lunch bezig was. Na enige tijd vond hij dat hij genoeg geposeerd had en zwom er vandoor.
En zowaar bleef het ook nog 1½ uur droog.

Eind van de middag nog een korte stop bij Nestucca Bay National Wildlife Refuge. Wederom in de regen is Marijn naar een uitkijkplatform gelopen, maar er was natuurlijk helemaal niets te zien. Dat bleek ook wel uit de vriendelijke groet van een verzopen Amerikaan: 'Another idiot!'.
Natte voeten
Na het ontbijt waren we al om 8:00 uur de camping nature trail aan het lopen. Een erg leuk paadje langs de beek, maar 's avonds waren onze wandelschoenen nog vochtig van het natte gras.
Met goede herinneringen aan de camping rijden we verder naar het op een eiland gelegen Willapa National Wildlife Refuge. Helaas was ook hier het seizoen nog niet geopend en het pondje dat ons naar de overkant moest brengen, stond nog op een trailer achter het Refuge Headquarters. Toch vreemd, want voor de vogeltrek is april juist een prima tijd. Andere vogelliefhebbers waren hier beter op voorbereid en hadden hun kajak meegenomen voor de korte oversteek.
Toen maar een boswandeling vanaf de parkeerplaats gemaakt. Ook leuk, met diverse natuur-gerelateerde kunstwerken, maar geen vogels. Het hoogtepunt voor Linde en Floor waren de talrijke 20 cm grote salamanders in de vijver. Die werden door Linde met de hand uit de vijver gevist voor nader onderzoek.

Dit was tevens onze voorlopig laatste stop in Washington. We steken bij Astoria de Columbia River over en zijn in Oregon gearriveerd.
Bij Cannon Beach zijn we naar Haystack Rock gaan kijken, een enorme rots die bij eb met bijna droge voeten de bereiken is (wat overigens nadrukkelijk verboden is) en waar Tufted Puffins zouden moeten zitten. Marijn was springend van de ene glibberige rotsblok naar de andere al een heel eind gevorderd in de hoop een beter zicht te hebben op de vogels, maar had geen rekening gehouden met de opkomende vloed .De terugweg werd daardoor wat lastiger en leverde uiteindelijk ook natte voeten op. Twee dagen eerder was hij ook al de sloot in gegleden om een leuke foto van de kampeerplek te maken.
Een local - uit een dorp verderop, die om een praatje verlegen zat - had hier trouwens nog nooit een puffin gezien. Maar misschien zaten ze nog op zee voor hun overwintering en waren ze nog niet toe aan vaste grond onder hun voeten.
Net toen we weg gingen kwam een bruidspaar het strand oplopen voor een fotoshoot. De grijze jurken van de vier bruidsmeisjes kleurden trouwens goed bij de grauwe lucht. En net als Marijn had de fotograaf ook te weinig rekening gehouden met de alsmaar verder komende golven, want even later stond de bruid met jurk en al in het water.
โThe leaves are turning, the Elk are bugling and the rains have begun โฆโ
In de regen zijn we vanochtend naar Ruby Beach en Beach 4 geweest aan de Westkust van Olympic NP. Bij toeval waren we net bij laagtij op het strand, waardoor de getijdepoeltjes met droge voeten te bereiken waren. Voor de mooiste plekjes moesten we wel over de gladde rotsen klauteren, maar dat was de moeite waard. Vooral op Beach 4 zagen we honderden paarse, bruine en oranje zeesterren. Ook de groene zee-anemonen annex snothopen waren niet te tellen en je moest moeite doen om er niet op te gaan staan. Omdat het zo nu en dan even ophield met regenen konden we de zeesterren ook nog mooi op de foto zetten. Al me al hebben we een paar uur over het strand geslenterd.

Daarna zijn we doorgereden naar Quinault Rain Forest in het uiterste Zuid-Westen van Olympic. Een prachtig regenwoud waar veel bomen onder een dikke deken van mos zitten en begroeid zijn met varens. Niet zo spectaculair als Hoh Rain Forest, maar omdat we daar eerder waren geweest hebben we die laten schieten.
We waren een van de eerste bezoekers dit jaar, want zowel het Visitor Center als het Ranger Station waren nog dicht. In de herfst hebben ze de deur achter zich dichtgetrokken, de volgende groet achterlatende: 'The leaves are turning, the Elk are bugling and the rains have begun ...'.

Op de camping in Artic zijn we de aardigste campingbeheerder ooit tegengekomen. Een jonge vent (onze leeftijd) die het tijdelijk overnam van zijn ouders die op een wijnreisje door Oregon waren.
Waar je normaal zo'n $5 betaald voor een paar blokken brandhout, kwam hij voor datzelfde geld met een kruiwagen aangereden, nog even de blokken wat kleiner gehakt voor ons, plus aanmaakhout. De camper ligt dus vol. Hij liet ook vol trots de tuin van zijn ouders zien (in deze tijd van het jaar nog wel wat kaal) en wees ons op een nature trail die hij zelf had aangelegd. Misschien dat we die morgenochtend nog even gaan lopen.
Hij werkte voorheen als bioloog voor de visserij in Alaska, maar was nu analist in een papierfabriek 10 minuten verderop. In plaats van 7 dagen van 16 uur, hoefde hij er nu maar 4 van 12 te maken en was er dan weer 4 vrij. Zo had hij ook tijd om zijn ouders te helpen.
Vannacht slapen we in onder de gezellige klanken van life muziek uit een kroeg 50 meter verderop. Die is ook eigendom van de familie en elk weekend treden hier lokale muzikanten op. Eigenlijk hadden we daar even langs moeten gaan om te genieten van de muziek en wat meer kennis te maken met de locals, maar we zijn moe en duiken ons bed in.
Sneeuw, strand en regenwoud
Voor het eerst deze vakantie begonnen we met een strak blauwe lucht en een heerlijk zonnetje.
Inmiddels zijn we aangekomen bij Olympic National Park. De planning was om vandaag lekker te gaan badderen in de Olympic Hot Springs, 7 warme waterbronnen die langs een wandelpad liggen en nauwelijks bekend zijn bij de gemiddelde toerist. Dat we daarna naar rotte eieren ruiken vinden we niet erg. Bij het Olympic Visitor Center nog even nagevraagd of de gravelweg begaanbaar is voor onze camper. Maar helaas, er wordt daar gewerkt aan een dam en de weg is voor de komende 2 jaar dicht.
Binnen 5 minuten waren de plannen bijgesteld en waren we op weg naar Hurricane Ridge, via een mooie slingerweg de berg op. De lucht was ondertussen alweer betrokken en van de zon was weinig meer te zien. Op de webcam beneden zag het er boven overigens prima uit. We kwamen inderdaad boven de uitgedampte wolken uit, maar nog steeds hing er een hoog wolkendek dat de zon tegenhield.
Het waaide boven erg hard en was slechts enkele graden boven nul. Desondanks zag het er mooi uit met nog zo'n 3 meter sneeuw. We hadden echter geen trek om de sneeuwschoenen te pakken en al onze winterkleding aan te trekken, dus bleef het bij genieten van de omgeving achter het veilige glas van de camper.
Op de weg terug naar beneden zagen we veel black tail deer die zo mak als lammetjes bleken. Ze kuierden rustig voor de camper langs en lieten zich meerdere keren uitgebreid bewonderen. Enigszins tegen onze principes in lieten we Linde en Floor foto's en filmpjes maken op slechts enkele meters afstand. Marijn was met z'n enorme telelens gedwongen meer afstand te nemen anders paste het reetje niet meer op de foto.

's Middags zijn we bij Tongue Point aan de Strait of Juan de Fuca (de zeestraat die de staat Washington van Vancouver Island scheidt) naar getijdepoeltjes gaan kijken. We hadden hier veel zeesterren verwacht (was ons ook verteld) maar die waren er niet. Toch was het nog steeds de moeite waard. Lopend over de enorme hoeveelheden mosselen, zagen we een enkele paarse zee-egel, een bloed zeester, veel groene reuze anemonen (onder water staan ze prachtig te wuiven in de stroming, maar boven water lijken het net hopen snot), ontelbare gewone groene anemonen, enkele harlekijn eenden en voor Linde en Floor bergen schelpen die helaas niet meegenomen mochten worden.
Eind van de dag zijn we verder gereden naar de Westzijde van Olympic NP en hebben we ons kamp opgeslagen in Bogachiel State Park.
Zo hebben we in één dag tijd wel heel verschillende landschappen gezien. 's Ochtends de zonnige duinen in Dungeness National Wildlife Refuge, daarna de sneeuw in de koude en winderige bergen van Olympic NP, vervolgens de getijdepoeltjes aan Washingtons Noordkust en tenslotte het regenwoud in het logischerwijs regenachtige Bogachiel State Park.
Na het avondeten hebben Floor en Linde hun laatste schoolwerk van deze week erop zitten (ze vinden het echt geen straf om de werkjes te maken), dus ook wat dat betreft is het weekend aangebroken.
Het vakantiegevoel is terug
Dankzij de WiFi van Precision Tire kon ik gisteravond op de stoep de weblog bijwerken en de mail checken. Dan zijn onze volgers ook weer op de hoogte van onze vakantie-ongemakken.

We moesten wel opschieten, want om 12:00 uur vertrok de boot naar Port Townsend. Reserveren was niet gelukt, maar gelukkig was het erg rustig en konden we direct de boot op rijden.
In Sequim reden we langs een gallery van de Jamestown S'Klallam Tribe ('The Strong People'). Omdat we de native art toch wel erg mooi vinden, zijn we even binnen gaan kijken. De vorige vakantie in deze regio konden we ons nog bedwingen (helaas), maar deze keer niet. Na lang twijfelen, vergelijken, naast elkaar leggen en weer weg leggen, hebben we 3 mooie houtsnijwerken aangeschaft: de killer whale, de eagle en de hummingbird. Je mag ze bij ons thuis komen bewonderen.
Daarna door naar Dungeness National Wildlife Refuge waar zelfs de zon zich even liet zien op alweer een regenachtige dag. Het refuge is een 5 mijl lange, zeer smalle landtong die bezaaid ligt met dikke stammen drijfhout die een baai beschermd tegen de ruige zee. Veel watervogels, zoals de black-bellied plover die we vandaag zagen, foerageren hier op hun route naar het Zuiden en in het voorjaar weer terug naar het Noorden. Je kunt helemaal naar de vuurtoren aan het eind van de landtong lopen, maar dat vonden we wat veel van het goede door het rulle zand en het was al laat op de middag.
Maar eindelijk krijgen we nu ook het gevoel dat de vakantie echt is begonnen!
