Alaska Highway
Vandaag hebben we een kleine 400 kilometer van de Alaska Highway naar Fort Nelson gereden, een redelijk saai stuk. Een korte beschrijving van wat we vandaag gezien hebben: asfalt, links en rechts van de weg 25 meter gras en daarna bos.
Wel leuk was de coyote die we zagen lopen en net even stil wilde blijven staan.

Eenmaal in Fort Nelson zijn we naar het Heritage Museum geweest. Een wilde verzameling van herinneringen aan de aanleg van de Alaska Highway in 1942, opgezette dieren van British Columbia en Yukon, waaronder een albino eland, en allerlei snuisterijen uit die tijd. Daarnaast ook een garage vol met oude auto's, waarvan eentje uit 1908 waarmee ze in 2008 van Fort Nelson naar Whitehorse zijn gereden en weer terug, ruim 1.900 kilometer.

Het Visitor Center hier is gevestigd in een nieuw multifunctioneel pand. Toen we bij het toilet stonden te wachten, liepen we iemand van de plaatselijke curlingvereniging tegen het lijf die ons spontaan een rondleiding gaf door het complex: een enorme curlingbaan (ijs alleen in de wintermaanden), een ijshockeybaan die nu in gebruik was als basketbalveld, een zaal voor zo'n 400 man en diverse andere ruimtes. Een subtropisch zwemparadijs was in aanbouw. En dat voor een stadje van maar 4.500 inwoners!
Blijkt dat 4 jaar geleden, de dag na een groot evenement, het dak van het vorige complex instortte. Mede met financiële hulp van een oliemaatschappij kon dit complex neergezet worden. Zo hadden zij ook weer wat goodwill gecreëerd. De olie-industrie is namelijk waar het hier allemaal om draait.
Aangekomen op de camping stond de campingbazin net te praten met de lokale sheriff. Hij kwam vertellen dat hij haar huisbeer had doodgeschoten. Iemand had het beest met hagel in zijn kop geschoten en hij heeft haar daarna afgemaakt. Ze was er erg verdrietig om, omdat ze een enorm goede band had met de beer die vaak over de camping kuierde.
On Eagles' Wings
Sinds 2005 worden in Chetwynd elk jaar chainsaw carving wedstrijden gehouden. De carvers hebben 35 uur om hun sculptuur te maken. Inmiddels staan er meer dan 100 in het stadje waardoor het stadje direct een leuke uitstraling heeft.


Daarna zijn we verder gereden naar Fort St. John voor met name The Honey Place, 's werelds grootste glazen bijenkast. Leuk voor Linde en Floor.
Helaas was onze informatie wat gedateerd, want de beste man die dit runde was 3 jaar geleden overleden en het is sindsdien gesloten, zo vertelde de weduwe.
Muggen en midges
Samen met de muggen, behoren nu ook de midges tot onze ergste vijanden. Die vervelende bijtende vliegjes kruipen verdorie gewoon door de horren de camper in. Gisteren heeft Marijn er op het toilet alleen al 60 dood gedrukt. De ramen moesten dus dicht blijven. En elke keer als de deur open was geweest, konden we weer op jacht.
Dus toen we vanochtend, voordat we enige uren de snelweg opgingen, een ochtendwandeling in Crooked River Provincial Park gingen maken, hesen we ons weer in de bugshirts en werden de onbedekte plekken met deet ingesmeerd. Zolang je in beweging was kon je soms het muggennetje voor je gezicht een stukje open laten, maar zodra je stil stond moest je ‘m direct dichtritsen.
Maar desondanks was het leuke wandeling om Square Lake, in een gebied waar erg veel elanden moeten zitten. Tenminste, het pad lag bezaaid met elandenkeutels. Het idee alleen al geeft vaak een extra dimensie aan zo'n wandeling.
Halverwege de rit richting Chetwynd had Marijn het even gehad en was het tijd voor een middagdutje. Het is ook een redelijk saaie weg van Prince George naar Chetwynd. Er zijn nauwelijks interessante pauzeplekjes, langs de weg is ook niet veel te zien en je moet minimaal 100 rijden anders wordt je wel aangeduwd door een enorme truck.
Floor en Linde lagen inmiddels ook al te slapen.

Bermbloemen
Twee dagen geleden reden we de Barkerville Highway naar Barkerville, vandaag reden we hem terug naar Quesnel. En ook nu weer een prachtige route om te rijden, voor wat betreft de omgeving, de bloemen langs de weg en het wild.

Eerst zag Floor een zwarte beer. Even later tijdens ons ontbijt liep een beer, weliswaar op een afstandje, op en neer tussen de linker en rechterberm. Hij kon blijkbaar niet besluiten welk gras het lekkerst was. En niet veel later moesten we afremmen voor een eland die de weg overstak.
Daarna was het vooral kilometers maken naar Prince George, voorlopig de laatste grote stad die we tegen komen.
We wilden daar in de buurt een wandeling maken in de Fort George Canyon. Die zou erg mooi moeten zijn. Maar ondanks de aanvankelijk redelijke bewegwijzering hebben we het startpunt van de wandeling niet kunnen vinden. Op een gegeven moment vertrouwden we het niet meer en vonden we het niet verantwoord om het smalle bospad met de camper verder in te rijden. Helaas geen wandeling, maar nog wel een zwarte beer die Linde in de bosrand zag zitten.

Eind van de dag hadden we iets meer geluk. We hadden een campinkje op het oog bij Summit Lake dat tegen de Continental Divide ligt. Zuidwestelijk hiervan wateren de rivieren af in de Grote Oceaan, Noordoostelijk in de Noordelijke IJszee.
Toen we aankwamen bij de toegangsweg was de poort dicht, maar reed net iemand naar buiten. Bleek dat het campinkje vooral voor seizoen houders was en eigenlijk alleen in het weekend open was. We mochten vooralsnog de camping op. De eigenaar was bij het meer aan het werk en we moesten het maar aan hem vragen. Daar aangekomen was de eigenaar al weg, maar was er wel een andere campinggast die ook de sleutel van het hek had. We konden hier wel een nachtje blijven staan, hem betalen en hij zou morgenochtend het hek voor ons open maken.
's Avonds hebben Linde, Floor en Marijn nog een avondwandelingetje gemaakt. Bugshirts natuurlijk weer aan, bearspray paraat (beren zitten hier overal getuige ook de verse berenpoep) en verrekijker en fototoestel bij de hand voor al het wild dat we gingen zien. Het bleef bij een bever, dat wisten we pas zeker nadat hij een paar keer met z'n staart op het water had geslagen, maar ook dat was leuk.
βYouβll definitely see Moose.β Helaasβ¦ of toch?
We zijn vandaag gaan kanoën op Bowron Lake. Je kunt in het gelijknamige Provincial Park ook een meerdaagse tocht maken van 116 kilometer over meerdere meren, maar daarvoor zijn we nog veel te onervaren.
Aan het eind van Bowron Lake ligt een moerasgebied waarvan de dame in het parkgebouwtje zei: 'You'll definitely see Moose.' Dat leek ons een mooi doel voor vandaag, dus op naar de overkant. Maar het meer is wel 7,2 km lang, dus we moesten eerst een fors stukje peddelen. Op de heenweg was het zo goed als windstil en lag het meer er rustig bij. 's Middags zou de wind wat opsteken, maar zouden we die in de rug hebben.

Toen we aan de overkant van het meer waren, voeren een stukje het moeras in. De Bowron River die door het moeras stroomt is de doorgaande route, maar die was door de hoge waterstand in het meer nauwelijks te herkennen. Na een dikke twee uur was het tijd voor pauze en lunch.
Grappig was dat er direct naast ons een beest uit het water kwam kruipen en op zo'n 1,5 meter op z'n gemak aan ons voorbij huppelde over een boomstam. Eerst dacht we dat het otter was, maar de staart was veel te kort. En voor een muskusrat was zijn kop te spits. Thuis hebben we de boeken erbij gepakt en kwamen we uit op een mink.
Net toen we verder wilden gaan begon het te regenen, terwijl dat pas voor de avond voorspeld was. Gelukkig duurde het maar kort. We voeren nog een klein stukje verder, maar keerden toen om. De lucht zag er behoorlijk dreigend uit en we moesten nog dik 2 uur terug peddelen. Jammer, maar de ons beloofde elanden hebben we niet gezien. Enigszins teleurgesteld begonnen we aan de terugreis over het toch wel lange meer.
Maar net voordat we het moeras uitvoeren stond daar dan toch een eland. Hij liep en zwom aan ons voorbij. Erg mooi. Een stel dat vlak achter ons voer en de meerdaagse tocht bijna had volbracht, had een foto gemaakt van ons met eland. Ze zouden de foto mailen. We zijn benieuwd.

We waren het meer nog maar net op en we zagen rechts van ons weer een eland, een mannetje deze keer. Omdat we het meer toch niet midden over wilden steken, peddelden we richting de oever en eland. Hij ging onverstoorbaar verder met grazen onder water en kwam zo nu en dan met z'n kop naar boven om adem te halen. Marijn wilde nog een keer langs de eland terug varen (voor een mooie foto natuurlijk), maar Inge was het daar duidelijk niet mee eens. Ze zag wat op tegen de terugweg en wilde doorpeddelen.
Maar we hadden de eland nog niet achter ons gelaten of we zagen er nog een in het water. En nog een! Hadden we toch nog de beloofde elanden te zien gekregen. Met frisse moed begonnen we aan de reis terug over het meer.
Maar van rugwind was geen sprake, we hadden ‘m schuin van voren. En inmiddels hadden we ook enige golfslag. Dat was een tegenvaller.
Linde, die sinds de lunch op het voorste stoeltje zat, peddelde dapper mee. Maar ook Floor liet zich niet kennen. Dat scheelt toch als die twee mee peddelen.
Met de aanlegplek eindelijk in zicht, stak er een forse wind op; de schuimkoppen stonden op de golven. En omdat we het laatste stuk niet meer haaks op de golven konden peddelen, moesten we toch nog even aanpoten. We waren blij toen we er waren en omdat we vier elanden en een mink hadden gezien.
Al met al hadden toch zo'n 18 kilometer gevaren vandaag. Morgen komt waarschijnlijk de spierpijn.
Goudzoekers
We zijn vandaag naar Barkerville gegaan, een oud goudzoekersdorpje dat nu een openluchtmuseum is. Leuk om te zien hoe de mensen hier ruim 100 jaar geleden geleefd en gewerkt hebben.
Interessant was de demonstratie hoe met behulp van een waterrad bakken met grind omhoog werden gehesen uit mijnschachten op zo'n 17 meter onder de grond. Op die diepte lag de rivier vroeger en daar zou het goud te vinden zijn. De uitleg hoe het apparaat werkte en hoe bepaald werd waar het goud zou moeten zitten was leerzaam en het toneelstukje waarin dat was verwerkt was leuk, maar duurde wat lang. Vooral met die vervelende muggen om je heen. Inge's meest gehoorde kreet is inmiddels wel: ‘Ik haat muggen!'
Grappig was ook dat de smid in het dorpje een Nederlander was. Op zijn 17e is hij geëmigreerd naar Canada, maar sprak nog heel behoorlijk Nederlands.

De weg van Quesnel naar Barkerville was overigens een stuk mooier dan Highway 97 waar we net vandaan kwamen. We lieten de drukte weer achter ons, de berm stond vol met kleurrijke bloemen, er stond een hertje langs de weg en we moesten afremmen voor een zwarte beer die overstak.
Veel vogels op Scout Island
Onze buurman, vorige week 75 geworden, zat duidelijk om een praatje verlegen, dus ook vanochtend stond hij er weer. Maar niet vervelend hoor. Zijn kinderen deden mee aan de wereldkampioenschappen blootvoets waterskiën en zijn kleinzoon was één van de truckers uit het programma Ice Road Truckers dat op Discovery te zien was. Grappig, want wij keken dat ook.
Midden in Williams Lake ligt een mini natuurparkje op een eilandje in het meer: Scout Island. Ondanks dat het zo klein is (krap 15 hectare), bijna midden in de stad ligt en redelijk druk bezocht wordt, zagen we hier allerlei soorten vogels: Common Loon, American White Pelican, Belted Kingfisher (ijsvogel), Red-necked Grebe (soort fuut), Yellow-headed Blackbird, Red-winged Blackbird, twee visarenden op hun nest, eenden, ganzen en divers ander klein gevogelte. De uil met jonkies die hier ook moet zitten, hebben we gemist.

Aanvankelijk dachten we ook een bever te zien, maar dat bleek al snel een muskusrat te zijn. Hij verdween echter wel in een beverburcht. We zijn benieuwd wat de bevers daar van vinden, want ook zij zijn hier nog volop actief, getuige de veelheid aan recent afgeknaagde wilgentakken.
Farwell Canyon
Het laatste stuk van de Chilcotin-Bella Coola Highway stond op het programma vandaag, tot in Williams Lake.
We zouden eerst naar Farwell Canyon gaan waar hoodoos te zien zouden zijn. Omdat we de routebeschrijving niet goed gelezen hadden en teveel vertrouwden op de wegenkaart die een duidelijke weg aangaf, gingen we enigszins de mist in. Via allerlei onverharde wegen kwamen we uiteindelijk op een grotere onverharde weg. Dit zou dan toch de goede moeten zijn, maar helemaal gerust waren we er niet op. Daarnaast was deze weg duidelijk niet gemaakt voor het soort camper dat wij reden. Ook moesten we op tijd aan de kant gaan staan voor de volle houttrucks die we elke 5 minuten tegen kwamen en goed in de spiegels kijken voor de lege trucks die achterop kwamen. Uiteindelijk kwamen we dan toch in Farwell Canyon aan.

Het uitzicht was inderdaad mooi en we hadden er geen spijt aan. Het was hier wel erg warm. Er stonden zowaar mini-schijfcactussen in bloei hoog boven de rivier.
Er zouden op de hellingen Bighorn Sheep kunnen zitten en na lang speuren door de verrekijker hadden we geluk. Weliswaar op grote afstand, maar we konden er enkelen met jongen ontdekken.

In het vlakbij gelegen Junction Sheep Range Provincial Park zitten nog veel meer Bighorn Sheep, maar die weg was echt onmogelijk voor ons.
Toen we uiteindelijk weer terug waren op de highway waren we behoorlijk door elkaar gestuiterd na zo'n 40 kilometer gravelweg.
Op de Williams Lake Stampede, onze camping annex paardenrenbaan annex rodeo terrein, zagen Linde en Floor dat er geoefend werd voor een paardenshow volgende week. Leuk om even te kijken hoe dat er aan toe gaat.
We staan hier naast een echtpaar dat vlak voor hun 50-jarig huwelijk een campertje gekocht heeft om naar Alaska te gaan. Ze hebben in zo'n 5 weken tijd 12.000 kilometer afgelegd!
Afgelopen week zagen ze op de Cassiar Highway op één dag meer dan 30 beren! We zijn benieuwd als wij daar over twee weken rijden.